`Dal bhat power 24 hour!'

Al sinds ik in 1993 voor de eerste keer in Kathmandu was, zag ik deze kreet al gedrukt of geborduurd op t-shirts in de souvenir-winkeltjes in Thamel.
Ook onderweg in de bergen is dit een, door gidsen en dragers veelgebruikte jolige opmerking. Vaak in de -zeer toepasselijke- extended version ‘dal bhat power 24 hour, no shower!’ 
En nu dus ook hier bij een eettentje in Pokhara.
Voor de mensen die niet weten waar ik het over heb: ‘dal bhat’ is de door elke Nepalees, altijd en overal gegeten maaltijd van hoofdzakelijk linzensoep (dal) en rijst (véééél!), aangevuld met spinazie-achtige groente, soms wat kleine aardappelpartjes en vaak wat garnering in de vorm van rauwe uitjes, groene pepertjes en wat schijfjes wortel of rettich. En als je mazzel hebt een krapperig gebakken ‘papadum’ (een soort indiase kroepoek). 

Ikzelf ben er dol op en het vooruitzicht om in Nepal, onderweg in de bergen, twee weken, twee keer per dag verse, boven een klein houtvuurtje bereide, dal bhat te moeten slash mogen eten maakt me iedere keer weer blij! Waarom? Omdat dit voor mijn lijf hét perfecte voedsel is. Over smaak valt te twisten, maar ik vind het vrijwel altijd een erg smakelijk gerecht en merk dat niet alleen mijn mond, maar ook mijn darmen het jubelend verwelkomen. De spijsvertering verloopt vlotjes en elke ochtend stipt op dezelfde tijd neem ik zonder geur, plak of kramp afscheid van de verteerde resten en kan ik letterlijk leeg en opgeruimd de dag beginnen. Het lijkt alsof ik met elke maaltijd, dag na dag, schoner, fitter en helderder word.

Hoe anders dan in Nederland, waar brood, pasta en ander al dan niet genetisch gemanipuleerd, geprocessed voedsel, plus de nodige snoep, snacks, koffie en alcohol, een duidelijk merkbaar ander effect op mijn lijf hebben. En niet alleen fysiek, maar ook mentaal en emotioneel voel ik me met dit eetpatroon anders: letterlijk zwaar, opgeblazen, maar ook vaak onrustig of geïrriteerd. 
Natuurlijk spelen ook andere factoren dan voedsel een rol en in Nepal hoef ik op de trek helemaal niks anders dan lopen en eten (en fotograferen uiteraard). In combinatie met hele dagen buiten in de zon en frisse lucht zijn, fiks bewegen, zonder stress, vervuiling en afleiding genieten is dit voedsel een gouden recept voor gezondheid en welbevinden, dat voor mij moeilijk te realiseren is in Nederland. Daarom kijk ik er iedere keer weer ook zo naar uit.

En hoe anders is dat toch voor veel andere reizigers. Bijna iedere westerling die ik ken zegt dal bhat weliswaar te tolereren op de trek, maar gaat zodra de gelegenheid zich weer voordoet, het liefst weer over op chowmein, frietjes, pasta en burgers. 
Wat ik op zich ook wel kan begrijpen. Verandering van spijs doet immers eten. Echter, wat op de trek potentieel een groot probleem kan worden, is dat het omgekeerde blijkbaar ook waar is: een mono-dieet van dal bhat leidt bij sommige trekkers -in combinatie met uitputting en slaapgebrek- na enige tijd soms tot een verlies van eetlust. 
Ze zien dan -letterlijk!- op tegen de bergen rijst die voor hun neus op het bord geschept worden en nemen slechts een paar hapjes dal, aardappeltjes en groente. En de papadum natuurlijk. Dit lijkt op dat moment voldoende, waarbij zij onderweg vertrouwen op zelf meegebracht power-bars, proteïne-repen en nootjes om een eventueel opkomende hongerklop tegen te gaan.

Helaas kan dit echt een serieus probleem worden, dat zelfs tot gevaarlijke situaties kan leiden op de trek. Vermoeidheid en slaapgebrek maken steile afdalingen over paadjes met losse steentjes en gladde bladeren namelijk tot een spannende, uitdagende onderneming, waarbij alle aandacht nodig is en als daar flauwte door energiegebrek bij komt, neemt de kans op een misstap enorm toe. En hoewel dat vaak met een sisser afloopt, wil je dat risico in afgelegen berggebied gewoon niet lopen. Zeker niet voor jezelf, maar ook niet voor je reisgenoten.


En hieruit blijkt dus de zin en noodzaak van het eten van die enorme hoeveelheden rijst tijdens de lunch en avondmaaltijd: het is een dé  bron van koolhydraten voor de 24 uur van vandaag. Precies wat nodig is voor meerdaagse, loodzware trektochten, waarbij je zomaar zes tot tien uur onderweg bent en wat echt andere koek is dan een wandelweekend in de Ardennen. 
Think about it: waarom zou de lokale (berg)bevolking zo vertrouwen op dit dieet? En wat is het spreekwoordelijke standaard-voedsel dat wielrenners in grote hoeveelheden naar binnen werken na een zware rit? Juist ja, pasta, ofwel koolhydraten. En wat zeggen moeders (althans toen ik jong was) tegen. hun kinderen? ‘Niet snoepen voor het eten!’. Want dan heb je geen trek meer in de echte, voedzame maaltijd.
En zo zit dat ook met al die power-bars. Ze geven even een energie-boost, maar zorgen er ook voor dat je niet echt trek meer hebt als het échte eten op tafel staat. 

En in Nepal is dat nu eenmaal dal bhat.

Dat plaatst mij als reis(bege)leider wel voor een probleem. Voorlichten, adviseren en dringend aanbevelen werkt blijkbaar niet altijd. En dwangvoeding is natuurlijk geen optie.
Iemand ervaring met dit fenomeen en ideeën voor een oplossing?

 

 

← Vorig bericht